Pater Wijbrand

Pater Wijbrand
CRESCAT ET FLOREAT

May 24, 2010

Who is Jan Wijbrands?

Jan Wijbrands

Jan werd ge­bo­ren op 15 april 1922 te Rot­ter­dam als zoon van Sjoerd Wij­brands en Elisa­beth Groe­ne­we­gen. Hij was hun eer­ste kind. De ou­ders dre­ven een beurs­ca­fé op de Gro­te Markt. Moe­der stierf al in 1929. Er brak een moei­lij­ke tijd aan; Jan en zijn drie zus­jes moes­ten naar een kost­school. Bij het bom­bar­de­ment van Rot­ter­dam raak­te het ge­zin huis en ca­fé kwijt en moest el­ders in Rot­ter­dam een nieuw be­gin ma­ken.
Dat­zelf­de jaar nog trad Jan in in Bleijerheide. Hij kreeg als kloos­ter­naam Remedius. Zijn stu­die ver­liep vlot en na zijn pries­ter­wij­ding in 1947 ging hij naar Rome om ker­ke­lijk recht te stu­de­ren. Hij pro­mo­veer­de in 1950 met een proef­schrift over de kerk­rech­te­lij­ke po­si­tie van een re­li­gi­eus die tot apos­to­lisch vi­ca­ris of apos­to­lisch pre­fect be­noemd wordt - in ver­band met zijn la­te­re werk in de apos­to­li­sche pre­fec­tuur Su­ka­bu­mi (West-Java) een zeer prak­tisch on­der­werp. Zijn rech­ten­stu­die in Ro­me pas­te bij zijn per­soon: hij dacht ge­mak­ke­lijk in ju­ri­di­sche ca­te­go­rieën en vol­gens de lij­nen van Rome.

Op 11 fe­bru­a­ri 1951 ar­ri­veer­de Jan in In­do­ne­sië. Hij be­gon met­een te do­ce­ren aan de theo­lo­gie­op­lei­ding van de fran­cis­ca­nen in Cicurug, na­bij Su­ka­bu­mi. Ook be­gon hij les te ge­ven op het klein­se­mi­na­rie, op dat mo­ment even­eens in Cicurug ge­ves­tigd. La­ter ont­stond het bis­dom Bo­gor, werd het klein­se­mi­na­rie naar de stad Bo­gor ver­plaatst en werd de theo­lo­gie­op­lei­ding van de fran­cis­ca­nen ver­plaatst naar Ja­kar­ta en Yog­ya­kar­ta. Bij die ont­wik­ke­lin­gen werd Jan uit­ein­de­lijk rec­tor van het bis­dom­me­lijk klein­se­mi­na­rie van Bo­gor.

Dit werk was pre­cies iets voor Jan. Jan voel­de dat hij de soe­pel­heid mis­te voor werk in een pa­ro­chie, en do­ce­ren op het groot­se­mi­na­rie trok hem niet. Het werk op het se­mi­na­rie was, ze­ker zo­als Jan het aan­pak­te, rus­tig en over­zich­te­lijk. Een aan­tal van Jans ei­gen­schap­pen kwam hier uit­ste­kend van pas: Jan was plichts­ge­trouw, een­vou­dig, be­reid an­de­ren van dienst te zijn, trouw in het bid­den en in het vie­ren van de eu­cha­ris­tie.

Jan gaf La­tijn en Duits en had de zorg voor een goed spi­ri­tu­eel kli­maat op de school. Zijn ei­gen er­va­rin­gen op het klein­se­mi­na­rie vroe­ger in Kat­wijk, tot en met de to­neel­stuk­ken die zij toen speel­den, ge­bruik­te hij bij het or­ga­ni­se­ren van het se­mi­na­rie­le­ven. Jan hield van tradities. Zo maak­te hij jaar­lijks met een aan­tal klein­se­mi­na­ris­ten een wan­de­ling van Bogor naar Cipanas, 40 km met ster­ke hel­lin­gen. Prak­ti­sche za­ken la­gen hem niet zo; die liet hij graag aan an­de­ren over. Zijn ster­ke kant was het ge­ven van be­ge­lei­ding, in ge­sprek­ken en nog meer in brie­ven.

On­der zijn lei­ding heeft het klein­se­mi­na­rie een zeer sta­bie­le tijd be­leefd en veel stu­den­ten af­ge­le­verd die la­ter pries­ter zijn ge­wor­den of zich op een an­de­re ma­nier voor de Kerk zijn gaan in­zet­ten. Ook de fran­cis­caan­se pro­vin­cie van In­do­ne­sië heeft veel le­den die me­de door Jan ge­vormd zijn.


Jan was een be­min­ne­lij­ke me­de­broe­der. Hij hield van ge­zel­lig­heid. Hij kon zich­zelf goed re­la­ti­ve­ren en kon har­te­lijk mee­la­chen als een me­de­broe­der, in Leu­ven af­ge­stu­deerd, hem voor­hield dat een doc­tor Ro­ma­nus een asi­nus Lo­va­ni­en­sis was. Jan had be­lang­stel­ling voor me­de­broe­ders en fa­mi­lie­le­den. Op va­kan­tie kon hij goed met zijn neef­jes en nicht­jes op­schie­ten. Je moest wel wat voor­zich­tig zijn met het aan­snij­den van on­der­wer­pen over ver­nieu­wing in de kerk, en je moest er be­grip voor heb­ben dat Jan het vre­se­lijk vond als men­sen zich niet aan het recht hiel­den.

In 1990 ver­huis­de Jan naar het no­vi­ci­aat in Depok, 30 km ten noor­den van Bogor. Ook dit was een le­ven dat goed bij Jan pas­te. Hij was een sta­bie­le fac­tor in het huis, gaf les aan de no­vi­cen, hielp bij de pa­ro­chies in de om­ge­ving met biecht­ho­ren en met voor­gaan in de eu­cha­ris­tie. Ook ver­taal­de hij do­cu­men­ten voor fran­cis­ca­nen en fran­cis­ca­nes­sen.

Erg ge­zond was Jan nooit. Hij at ja­ren­lang al vijf­maal per dag een beet­je, om­dat hij het an­ders niet kon ver­dra­gen. In ja­nu­a­ri 2001 moest hij op­ge­no­men wor­den in het zie­ken­huis, eerst in Ja­kar­ta, toen in Se­ma­rang, la­ter weer in Ja­kar­ta. De jon­ge me­de­broe­ders, oud-leer­lin­gen, kwa­men 's nachts bij hem wa­ken. Op 25 maart 2001 over­leed hij. De In­do­ne­si­sche pro­vin­cie ver­loor een toe­ge­wij­de me­de­broe­der en won een trou­we voor­spre­ker.

Jan van Beeck (Nijmegen)

No comments: